28 april 1966

Een mager voorjaarszonnetje maakte me wakker.
Het duurde even maar toen realiseerde ik me :  ik ben jarig.
Jarig zijn, het is een feest, zeker als je 10 jaar wordt.
Kadootjes zijn natuurlijk altijd het leukste, en op school mag je trakteren en dit jaar was wel heel speciaal.
Weken lang mocht ik me niet in onze badkamer met lavet wassen, maar was ik verbannen naar de keuken.
Op ons kleine flatje, een gezin met drie kleine kinderen, had Papa namelijk alleen de badkamer waar hij kon knutselen, knutselen en timmeren aan mijn, ja
mijn poppenhuis !.
Ja, vandaag zou het eindelijk zover zijn. Ik kon niet meer wachten, maar zag dat mijn grote zus nog sliep.
Op mijn teentjes sloop ik ons slaapkamertje uit, de gang door, en deed héééééél zachtjes de woonkamer deur open. Ssssssssttt !
De woonkamer was slechts met een glazen wand gescheiden van de slaapkamer van Papa en Mama, dus ik moest wel heel zachtjes doen.
Met kloppend hart zag ik het staan, recht tegenover de deur, dat móést het zijn.
Ik herkende de lila poten, van wat eens de aankleedtafel van mijn kleine broertje was geweest.
Daarop stond een groot iets, met een tafelkleed of laken erover heen.
Zou ik ?  Zou ik het durven ..... héél eventjes, ..... héél stiekempjes, tenslotte was ik al jarig.
Ik nam een puntje van het laken rechtsonder en gluurde even stiekem naar binnen.
Ooohhhhhhhhh .....
Ik schrok van mezelf, maar was hevig onder de indruk. Ik had heel eventjes gekeken in het keukentje, het had echte tegeltjes aan de muur. Gele.
Snel terug naar bed.
Met kloppend hart kroop ik mijn bedje weer in.
Was dat écht voor mij ?
Had mijn vader dat voor mij gemaakt ?
Zo mooi en zo echt, met die mooie gele tegeltjes.
Ik had het vast gedroomd.